Navigatie

Language

AviQ Platform. Alle rechten voorbehouden.

FactCheck

De zes wijdverbreidste mythes in de duivensport: bent u ook beetgenomen?

AviQ Hoogtepunten

  • Volle maan en kwaliteit jonge duif: geen verband
  • Veertjes onder vleugel zijn willekeurig
  • Winnaar met wind mee heeft talent

De zes wijdverbreidste mythes in de duivensport: bent u ook beetgenomen?

De duivensport zit vol met vuistregels en 'geheimen' die van generatie op generatie worden doorgegeven. Hoewel sommige voortkomen uit ervaring, zijn vele niets meer dan ongefundeerde geruchten of marketingpraatjes.

We hebben forums, columns en wetenschappelijke studies doorzocht om de zes hardnekkigste mythes te ontmaskeren.

Mythe 1: Paren bij volle maan levert betere jonge duiven op

Een wijdverbreid geloof stelt dat koppelen tijdens volle maan gezondere, slimmere jongen oplevert door de gravitatiekracht van de maan.

Feitencheck: Absoluut geen wetenschappelijke basis. Filip Herbots, kampioen duivenmelker en columnist voor PIPA, noemt dit een van de meest absurde 'prullenbak-theorieën' [citation:7]. Geen enkele studie legt een verband tussen maanfasen en duivenkwaliteit. De kwaliteit van een jong hangt af van de gezondheid en genetica van de ouders en het moment van koppelen, niet van de maan.

Mythe 2: Kleine veertjes onder de vleugel duiden op een goede kweker

Sommigen geloven dat een klein veertje onder de vleugel een teken is van een uitstekende kweker, het 'kweekveertje' genaamd.

Feitencheck: Dit is pure marketing. De aanwezigheid van deze veertjes is een willekeurig genetisch verschijnsel, zonder verband met kweekcapaciteit [citation:7]. Topkwekers letten hier niet op. Concentreer u op het gebeente, de spieren en het evenwicht.

Mythe 3: Een jonge duif dat verdwaalt tijdens training, zal nooit meer verdwalen

Het idee: een jong dat verdwaalt tijdens training en later terugkeert, 'leert ervan' en zal het niet meer doen.

Feitencheck: Dit is niet alleen fout, maar gevaarlijk. Een jong dat verdwaalt op korte training, verliest vooral zelfvertrouwen [citation:7]. Dit trauma maakt het gestrest en foutgevoeliger. De juiste aanpak is vertrouwen opbouwen met vele succesvolle korte vluchten.

Mythe 4: Lichte ogen voor mooi weer, donkere ogen voor slecht weer

Een oud bijgeloof: duiven met lichte ogen (wit/zand) zijn beter bij mooi weer, donkere ogen bij slecht weer.

Feitencheck: Geen wetenschappelijk bewijs [citation:7]. Veel fondduiven hebben donkere ogen, maar dat is mogelijk toeval. Prestatie bij slecht weer hangt af van oriëntatie, uithouding en conditie, niet van oogkleur.

Mythe 5: Winnen met wind mee is enkel geluk

Sommigen doen overwinningen met sterke wind mee af als 'geluk'.

Feitencheck: Helemaal fout. Zeer goede duiven blinken uit in snelle vluchten met wind mee [citation:7]. Dit vereist een uitstekende conditie en explosiviteit. Een winnaar met wind mee is geen geluksvogel.

Mythe 6: De Janssen-stam is vatbaar voor trichomonas

Een hardnekkig gerucht: duiven van de gebroeders Janssen zijn extra vatbaar voor trichomonas.

Feitencheck: Een klassiek gerucht. Filip Herbots, die het hok van Jos van Limpt (Klak) beheerde (pure Janssen), had nooit dit probleem [citation:7]. Andr Roodhooft, ook Janssen-kenner, evenmin. Trichomonas is een kwestie van hygiëne, niet van stam.

Conclusie: Vervang bijgeloof door rede

De onvoorspelbaarheid van de duivensport maakt haar charmant, maar laat ook ruimte voor mythes. Vraag uzelf bij elk 'geheim' af of het onderbouwd is. Een rationele aanpak is de basis voor een lange, succesvolle carrière.

DisclaimerDe inhoud van deze site is alleen ter informatie en vormt geen investerings-, fok- of medisch advies. Alle gegevens zijn afkomstig uit openbare bronnen. Deze site is niet verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens of voor verliezen die voortvloeien uit het gebruik van de informatie op deze site. Indien er sprake is van inbreuk, neem dan contact met ons op en wij zullen dit onmiddellijk oplossen.